Leerlingzorg

Het gehele team en de directie zijn verantwoordelijk voor het welbevinden van de zorg door de gehele school heen.

Leerlingen van ODS De Starter worden continue gevolgd , zowel qua cognitieve resultaten als qua welbevinden en sociaal emotioneel functioneren. De leerkracht van de groep is daar de eerst verantwoordelijke persoon voor. Op regelmatige basis worden de leerlingen besproken door de leerkracht met de intern begeleider . Ook is het mogelijk dat er intervisie plaats vindt met collega leerkrachten. Daarnaast is het functioneren van een groep op al deze gebieden gespreksonderwerp tijdens de gesprekken die worden gevoerd met de directie in het kader van de gesprekkencyclus.

Mocht er aanleiding toe zijn dan kan een leerkracht de hulp inroepen van de intern begeleider. Deze coordineert de beschikbare zorg binnen en buiten de school.

ODS De Starter wil de leerlingen in leeftijdsgroepen opvangen. Een leerling dient omringd te zijn met leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd. Dit betekent dat ten aanzien van het onderwijs naar uitvallers zowel naar boven als naar beneden in de leerstof adequate opvang dient te zijn. Dit kan zowel binnen als buiten de groep plaats vinden, met of zonder de hulp van de intern begeleider. Sinds 2011-2012 werken wij volgens de 1-zorgroute.

Voor (hoog)begaafde leerlingen wordt gekozen voor het aanbieden van pluswerk als eigen werk. Criteria om te bekijken welke leerlingen hiervoor in aanmerking komen staan in het protocol meer- en hoogbegaafdheid.  Natuurlijk wordt dit ook bij de klassenoverdracht besproken. De intern begeleider zorgt ook in samenwerking met de groepsleerkracht voor signalering van onderpresteerders.

 

Groepsbesprekingen

Twee  keer per jaar vindt er een groepsbespreking plaats met de intern begeleider naar aanleiding van het groepsplan en groepsoverzicht. De leerkrachten en de intern begeleider bereiden dit gesprek voor. In een aantal gevallen kan het nodig zijn om leerlingen individueel verder te bespreken met de intern begeleider . Daarvoor wordt dan een vervolgafspraak gemaakt. Dit alles volgens het schema van handelingsgericht werken.

Wanneer uit de leerlingenbespreking blijkt dat nader onderzoek (didactisch/psychologisch/medisch/logopedisch) nodig is, dan volgt hierover altijd eerst overleg met de ouders van de betreffende leerling. Dit overleg wordt gevoerd door de groepsleerkracht. Waar nodig kan een vervolgafspraak mede worden gevoerd door de intern begeleider of een directielid. Leerlingen die, naar aanleiding hiervan,  extra begeleiding  krijgen buiten het groepsplan ,worden begeleid volgens een handelingsplan. Dit handelingsplan wordt aan het groepsplan gekoppeld. Een handelingsplan wordt altijd besproken met de intern begeleider en ouders. Een handelingsplan omvat de activiteiten, inclusief tijdsplanning en evaluatie, om  de leer- en/of gedragsmoeilijkheden te behandelen. Een handelingsplan wordt altijd geëvalueerd en eventueel daarna bijgesteld. Waar nodig kan de intern begeleider externe zorg in gang zetten voor een leerling. Dit alles in overleg met de ouders.Van alle leerlingen wordt een dossier bijgehouden in een afsluitbare dossierkast.

 

De schoolresultaten

De leerlingen van De Starter hebben in voorgaande schooljaren op de landelijke CITO-toetsen een resultaat geboekt dat gemiddeld of hoger is in vergelijking met andere scholen in Nederland. Tegelijkertijd is er een grote spreiding in individuele prestaties. Dit komt overeen met de doelstelling van De Starter om leerlingen op alle niveaus stof aan te bieden. Indien de schoolresultaten worden vergeleken met andere scholen met ongeveer dezelfde leerlingkenmerken, dan heeft De Starter in voorgaande jaren een gemiddeld tot hoog resultaat geboekt. Naast de toetsresultaten geven ook de schooladviezen voor het voortgezet onderwijs een indruk van het resultaat van het onderwijs aan De Starter. In 2013 was bij de vertrekkende groepen 8 de verdeling over de verschillende schooltypes als volgt: 41% VWO; 20% HAVO; 36% VMBO-TL, 3% VMBO KB.

 

De extra begeleiding

In geval van een handelingsplan krijgt een leerling extra begeleiding. Deze begeleiding omvat bijvoorbeeld extra oefeningen en extra hulpmiddelen. Er kan ook sprake zijn van een aangepast en verzwaard programma voor die leerlingen die juist meer uitdaging nodig blijken te hebben. Deze verbreding vindt plaats op het niveau van de groep waarin de leerling zit. In principe vindt de extra begeleiding binnen de klassensituatie plaats. Door de Daltonwerkwijze kan in de klas tijd vrij worden gemaakt voor de kinderen, die extra aandacht nodig hebben. Wanneer er in de groep gelegenheid is tot zelfstandig werken, kan de leerkracht de zorgleerlingen aan de instructietafel begeleiden.  In bijzondere gevallen kan de school een beroep doen op de ouders om het kind ook buiten schooltijd te begeleiden. Eventueel kunnen de afspraken tussen school en ouders in een soort overeenkomst worden vastgelegd.

 

Nieuwe leerlingen

Wanneer een leerling nieuw op De Starter is, probeert de school met behulp van de nodige informatie vooraf (ouders/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf) en observatie een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de betreffende leerling. Mocht een leerling in een hogere klas binnenkomen, dan vraagt de school elders (basisschool/speciaal onderwijs) informatie op. Ontbreken er relevante gegevens, dan krijgt de leerling toetsen die recentelijk door klasgenoten zijn gemaakt. Eventueel krijgt hij/zij extra ondersteuning bij bepaalde vakgebieden.

 

De overgang van groep naar groep

Tijdens de eerste groepsbespreking in het nieuwe kalenderjaar wordt al gekeken welke leerlingen mogelijk nog niet toe zijn aan de overgang naar een volgende groep. Er volgt een periode van verhoogde aandacht, waarin zonodig extra besprekingen en onderzoeken plaats vinden. In april/mei valt na overleg met de betrokken ouders een beslissing over de te nemen stappen. Van dit alles komt weer een verslag in het leerlingendossier. Aan het eind van het schooljaar vindt tussen de groepsleerkrachten een uitwisseling plaats van relevante gegevens over alle leerlingen, die het volgende schooljaar bij een collega komen.

 

De tussentijdse overgang naar een andere school

In geval van de overgang van een leerling naar een andere school streeft De Starter er altijd naar om schriftelijk contact te leggen met de nieuwe school. Hierdoor verloopt de overgang zo soepel mogelijk. Hiervoor wordt het onderwijskundige rapport gebruikt, dit is een samenvatting van de belangrijkste gegevens uit het leerlingendossier en de indrukken van de groepsleerkrachten. Verder geeft de school kopieën van onderzoeksresultaten mee. De vertrekkende leerling neemt het materiaal mee naar de nieuwe school.

 

De overgang naar het speciaal  (basis-) onderwijs

De aanmeldingsprocedure voor een school voor speciaal basisonderwijs is beschreven in een brochure. Plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs gebeurt door een zogenaamde permanente commissie leerlingenzorg (PCL) . Een jong kind gaat in eerst naar een basisschool. Ouders/verzorgers kunnen, bij voorkeur in overleg met de school, hun kind aanmelden bij de plaatsingscommissie. De basisschool schrijft een onderwijskundig rapport, op grond waarvan de commissie een beslissing kan nemen. De basisscholen van de Stichting Openbaar Onderwijs Groningen hanteren allemaal hetzelfde model onderwijskundig rapport. In dit rapport wordt onder meer vermeld wat de problematiek is, de mogelijke oorzaken en de pedagogische en didactische behoeften van het kind. Ook de ouders/verzorgers geven in het rapport hun visie op de problematiek van het kind.